Hoofdlijnen van beheer

Over ons

Er zijn vele landschapselementen die vragen om duurzaam beheer. Het landschap in Salland kent houtwallen, singels, boomgaarden, meidoornheggen etc. Elk element vraagt om specifieke beheermaatregelen. Hieronder een overzicht van de verschillende landschapselementen en het beheer op hoofdlijnen.

Geriefhoutbosjes

Een geriefhoutbosje is een klein bosje van bomen en struiken die oorspronkelijk op die plek voorkomen. Denk aan elzen, essen, wilgen of eiken. Met hakhoutbeheer werd vaak hout verkregen om gereedschap mee te maken. 

Door goed beheer van zo’n bosje ontstaat meer variatie in hakhout, besdragende en bloeiende struiken en open plekken. Dieren hebben dit nodig om te schuilen, te nestelen en voedsel te vinden. Ook zorgen de bosjes voor verbindingen in het landschap waarlangs dieren zich kunnen verplaatsen.

Het beheer houdt onder meer in dat niet-inheemse bomen en struiken worden verwijderd, gaten worden ingeplant en jonge beplanting de ruimte krijgt. De meeste bomen worden kort boven de grond afgezet, enkele blijven staan.

Houtwallen en singels

Een singel is een rij streekeigen bomen en struiken. In sommige gevallen staat deze singel op een verhoging, een wal. In dit geval heet zo’n singel een houtwal.

Goed beheer zorgt voor een grotere diversiteit aan kruiden, hakhout, besdragende en bloeiende struiken. Dit is noodzakelijk voor dieren om te schuilen, te nestelen en voedsel te vinden. Verder zorgen houtwallen voor verbindingen in het landschap waarlangs dieren zich kunnen verplaatsen.

Het beheer houdt onder meer in dat niet-inheemse bomen en struiken worden verwijderd, gaten worden ingeplant, bomen worden afgezet en jonge beplanting de ruimte krijgt.

Heggen en hagen

Een heg of een haag bestaat uit dicht naast elkaar geplaatste struiken in de vorm van een lijn. Een heg bestaat meestal uit meidoorn en is vrij strak gesnoeid of gevlochten. Een haag bestaat vaak uit minder dicht op elkaar staande sleedoorn en meidoorn.

Goed beheer zorgt voor een rijkdom aan zaden en vruchten in heggen en hagen. Bovendien vormt een goed onderhouden heg of haag een uitstekende plek voor dieren om in te nestelen en te overwinteren. Dieren als egels en padden kunnen zich veilig langs een heg of haag verplaatsen.

De heg vraagt jaarlijks beheer. Open plekken worden ingeplant en de heg wordt gesnoeid. Bij een haag volstaat één keer in de zes jaar snoeien en periodiek inplanten van open plekken.

Knotbomen

De takken van een knotboom worden regelmatig afgezet. Daardoor vergroeit de stam en ontstaat een knot. Meestal gaat het om wilg, es, eik of populier. De gesnoeide takken werden gebruikt voor allerlei doeleinden.

Vlinders, steenuil, kerkuil, witte kwikstaart, holenmuis en mezen profiteren van knotbomen. Ook vleermuizen leven in de holen van knotbomen. In de knot groeien vaak allerlei andere planten en struiken en ook mossen.

Goed beheer van knotbomen betekent dat deze regelmatig worden geknot. Hoe en hoe vaak het knotten gebeurt, hangt af van het soort en de leeftijd van de boom.

Solitaire bomen

Een solitaire boom is een streekeigen loofboom die vrijuit groeit en zo min mogelijk wordt gesnoeid. De boom staat alleen en vormt geen onderdeel van een singel of een houtwal.

Solitaire bomen zijn belangrijk omdat ze een uitkijkpost en broedgelegenheid zijn voor vogels. Verder vormen ze een voortplantingsplaats voor insecten en een ideale plek voor mossen. Solitaire bomen dragen bij aan een aantrekkelijk en afwisselend landschap. Ze zijn sterk beeldbepalend.

Het beheer van solitaire bomen bestaat uit de aanleg en het onderhoud van een veekerend raster. Zo kan het vee niet bij de boom komen.

Hoogstamboomgaarden

Een hoogstamboomgaard is een boomgaard, met fruit- of notenbomen. Een boomgaard is maximaal één hectare groot en wordt omsloten door sloten, heggen of windsingels.

Beheer van deze boomgaarden is belangrijk omdat de bomen nestgelegenheid bieden aan vogels, waaronder de holenbroeders. Ook de steenuil en veel insecten komen op de bomen af. In de herfst is de boomgaard een trekplaats voor vogels en zoogdieren die op het valfruit afkomen. Boomgaarden zijn sterk beeldbepalend voor het landschap.

Goed beheer houdt in dat de bomen regelmatig gesnoeid worden, en eventueel nieuwe bomen aangeplant worden.

Poelen

Poelen zijn ondiepe watertjes, gevuld met grond- en regenwater. Vroeger dienden de poelen vooral als drinkplaats voor het vee. Tegenwoordig zijn poelen een voortplantingsplek voor amfibieën, vissen, libellen en andere insecten. Ook zijn het voedsel-, drink- en badplekken voor (jonge) weidevogels en zoogdieren, zoals vleermuizen. Op de oevers is een grote verscheidenheid aan planten.

Door de aanleg van nieuwe poelen kan het netwerk van poelen versterkt worden en kunnen bijvoorbeeld amfibieën zoals de knoflookpad van poel naar poel trekken. Ook zijn poelen goed voor de recreatieve waarde van een gebied.

Goed beheer van de poel houdt in dat de oeverrand jaarlijks wordt gemaaid, waterplanten en andere opslag van beplanting worden verwijderd, en de poel eens in de tien jaar wordt gebaggerd. Ook wordt de poel deels afgeschermd voor vee.

Lanen

Lanen zijn wegen die aan beide zijden met een of meerdere rijen bomen zijn beplant. De lanen die in aanmerking komen voor een vergoeding van Kostbaar Salland moeten minimaal vijftig meter lang zijn. Zij bestaan voornamelijk uit streekeigen soorten zoals eik en beuk.

Lanen zijn van groot cultuurhistorisch belang. Zij werden aangeplant omdat men het mooi vond en omdat ze structuur creëerden in het landschap. Lanen dienden ook als beschutting tegen slecht weer en voor de houtproductie. In oude lanen huizen vogels en vleermuizen in de holten van de bomen. Oude lanen waar jaarlijks weinig strooisel blijft liggen, zijn van groot belang voor zeldzame paddenstoelen.

Goed beheer betekent periodiek snoeien. Bij lanen aan openbare wegen wordt daarbij ook gekeken naar het aspect veiligheid. Soms wordt de laan uitgerasterd zodat er geen vee bij de bomen kan komen.

Elzensingels

Een elzensingel is een lijnvormige beplanting van ten minste vijftig meter lang. Een elzensingel bestaat voornamelijk uit zwarte els. Meestal staat een elzensingel aan een of twee zijden van een sloot of een wijk. Het elzenhout werd vroeger gebruikt als hakhout.

Een goed ontwikkelde elzensingel heeft een boomlaag, een struiklaag en een kruidlaag (braam of rozen). Door al deze lagen is de singel in de zomer volledig dichtbegroeid.

Het beheer houdt onder meer in dat regelmatig niet-inheemse bomen en struiken worden verwijderd, gaten worden ingeplant en jonge beplanting de ruimte krijgt. De meeste bomen worden kort boven de grond afgezet, enkele blijven staan.

Zomen

Een zoom is onderdeel van een goed ontwikkelde bosrand. Deze bestaat uit een geleidelijke overgang van de zoom (met ruigtekruiden of kruidachtige plantensoorten), naar de mantel (waarin struiksoorten domineren) naar het bos (waar boomsoorten domineren).

In zomen kunnen dieren goed nesten bouwen. Zomen zijn eveneens mooie verbindingselementen tussen landschapselementen en natuurterreinen.

Goed beheer houdt in dat de zoom periodiek gemaaid of begraasd wordt. Ook worden ongewenste soorten verwijderd en kan de zoom worden beheerd als hakhoutbosje.

Grienden

Een griend is een aanplant van wilg of es. Het hout dat op laag afgezette stobben groeit, wordt geoogst, samengebonden in takkenbossen en afgevoerd.

Bij de wilgen worden snijgriend en hakgriend onderscheiden. In een snijgriend worden de dunne twijgen jaarlijks afgesneden en gebruikt als bindtouw of voor de mandenmakerij. In een hakgriend worden de dikkere takken eens in de twee of vier jaar afgezaagd of gehakt.

Goed beheer betekent dat jaarlijks ongewenste gewassen zoals braam of Amerikaanse vogelkers worden verwijderd. Eenmaal in de vier jaar wordt hakhout afgezet. Zo nodig wordt een raster geplaatst.

Rasters

Een raster is een lijnvormige afscheiding in het landelijk gebied, bijvoorbeeld een hek. Het raster is nodig om een landschapselement te beschermen tegen bijvoorbeeld grazend vee.

In het landelijke gebied komen verschillende rasters voor met uiteenlopende doelen. Een raster mag niet gemaakt zijn van voor het milieu schadelijke materialen.

Goed beheer houdt in dat het raster gecontroleerd en hersteld wordt, bijvoorbeeld door draden of palen te repareren of vervangen. Ook kan rondom het raster gemaaid worden.

Paden en routes

Paden en routes zijn natuurlijke, onverharde landschapselementen. Ze zijn openbaar toegankelijk en zorgen ervoor dat iedereen het landschap van dichtbij kan beleven.

Door het aanleggen van onverharde paden en routes over boerenland kan iedereen van het prachtige landschap genieten.

Om de paden toegankelijk te houden moeten ze beheerd worden. De paden moeten egaal en schoon blijven en voorzieningen als klaphekjes zijn vaak noodzakelijk.